Privacyschending loont!

Verhuurster vermoedt dat huurder niet zelf in de woning woont, maar deze wel aan derden in gebruik geeft. Onderzoeksbureau wordt ingeschakeld, die camera dusdanig ophangt dat niet alleen de voordeur in de gaten wordt gehouden, maar er ook binnenin de woning gekeken kan worden. Dit was niet nodig en levert onrechtmatig verkregen bewijs op. Door de Amsterdamse rechter wordt dit bewijs echter wel (deels) meegewogen.

Huurder heeft geen (bijkomende) feiten en omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel zouden moeten leiden dat uitsluiting van het bewijs zwaarder moet wegen dan het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat verhuurster heeft om haar stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken.

Daarom leidt het ‘onrechtmatig verkregen bewijs’ niet tot uitsluiting van het volledige rapport als bewijs in deze civiele procedure. Kantonrechter stelt vast dat huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat dit ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.

Conclusie: soms heb je geen andere keuze dan iemands privacy te schenden om een wantoestand te kunnen bewijzen. Zorg er echter voor dat niet meer privacy geschonden wordt dan strikt noodzakelijk voor het doel.

Nota bene: in het civiele recht geldt een andere normering voor onrechtmatig verkregen bewijs dan in het strafrecht. Met andere woorden: strafrechtelijke normen gebruiken in het civiele recht wordt door de rechter vaak terzijde geschoven.

Share on LinkedInShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterEmail this to someone